Eigenschappen Kop: vormt van voren gezien een driehoek waarvan alle zijden even lang zijn. De neusrug is recht en mag geen stop vertonen. De kin is sterk. Ogen: expressief, amandelvormig en iets schuinstaand. Oren: vrij breed aan de basis, hoog op de kop geplaatst, ze lopen spits toe. Van voren gezien loopt de buitenkant van de oren parallele aan de schedelvorm, zodat de oren met de schedel samen een driehoek vormen. Aan de oortipjes bevinden zich lynxpluimpjes en aan de binnenkant van de oren groeit er wat langer haar, dat lichtjes naar achteren toe krult. Lichaam: vrij grote, stevig gebouwde kat met een sterk beenderenstructuur en een lang lichaam. Hij staat hoog op de poten en de achterpoten zijn langer dan de voorpoten, waardoor de rug naar achteren toe wat omhoog loopt. De voeten zijn groot, rond en stevig en vertonen haarpluimpjes tussen de tenen. De achterpoten staan volledig recht en mogen nooit koehakkig zijn, maar de voeten aan de voorpoten zijn een beetje naar buiten gedraaid. Staart: lang, weelderig behaard en dik. Als de staart over de rug wordt teruggelegd, moet deze tot aan het kuiltje tussen de schouderbladen reiken. Vacht: De kwaliteit van de vacht is van het grootste belang. Deze is halflangharig met een rijke en wollige ondervacht. De gladde en glanzende bovenvacht heeft een waterafstotende structuur die de kat beschermt tegen weersinvloeden. Buiten de zomerperiode behoort de kat een weelderige kraag en bef en ook een flinke pluimstaart te hebben. Kleur: De Noorse Boskat mag alleen voorkomen in de natuurlijke kleuren, niet natuurlijke kleuren zoals lilac, cinnamon en chocolate zijn niet toegestan. De verdeling van kleur op het lichaam is van ondergeschikt belang. De ogen mogen elke oogkleur hebben, varierend van groen en geel tot koperkleurig en blauw. Karakter De Noorse Boskat heeft een gemakkelijk, tolerant en sociaal karakter. Het is een rustige, evenwichtige kat die echter vrij actief is. Ze kunnen ontzettend goed klimmen en demonstreren dit graag. Ten opzichte van mensen stellen deze katten zich zeer vriendelijk op, ze worden graag aangehaald en geknuffeld, al zijn ze wat minder meegaand dan sommige andere halflangharige rassen. Ze hebben de neiging zich aan een persoon in het bijzonder te hechten. De omgang met honden geeft zelden problemen.Ze hebben een sterk territoriumgevoel, dus zullen katers het onderling gewoonlijk niet zo goed samen kunnen vinden. De omgang tussen gecastreerde katers geeft overigens zelden problemen. Vrouwelijke dieren gaan vaak wel goed met elkaar om. Hij is boven alles nieuwsgierig, wil graag weten wat er om hem heen gebeurt en alles wat het huis binnenkomt, of het nu gaat om boodschappen of een bezoeker, wordt grondig geinspecteerd en gekeurd. Verzorging De voor het ras zo typische vettige en waterafstotende vacht maakt intensief onderhoud niet nodig. Ze hebben maar weinig vachtverzorging nodig. Buiten de ruiperiode kunt u de vacht met een grove kam of borstel zo nu en dan fatsoeneren. In de lente en vroege zomer maakt de kat een betrekkelijk korte, maar hevige rui door en krijgt hij het uiterlijk van een kortharige kat met een volbehaarde pluimstaart. Het dode onderhaar blijft dan ook in de stuggere bovenvacht zitten en kan daar moeilijk te verwijderen klitten vormen. Daarnaast slikt de kat ze ook in. Het is dan ook nodig de vacht van deze katten in het voorjaar dagelijks uit te borstelen en te kammen |